WHO publiceert update gezondheidseffecten transvetzuren

De WHO is in oktober 2007 bij elkaar gekomen om de wetenschappelijke stand van zaken rondom gezondheidseffecten van transvetzuren vast te stellen. De resultaten hiervan zijn deze maand gepubliceerd in een 75 pagina’s tellend supplement van de European Journal of Clinical Nutrition. De belangrijkste conclusies zijn dat de inname van industriële transvetzuren nog verder moet worden teruggebracht door zowel inspanningen van de overheid als van de levensmiddelenindustrie. De meeste gezondheidswinst is te behalen door deze industriële transvetzuren te vervangen door onverzadigde vetzuren.

De resultaten van zowel gecontroleerde interventiestudies als van observationele studies geven onomstotelijk aan dat transvetzuren nadelige effecten veroorzaken op een verscheidenheid aan risicofactoren, waardoor ze het risico op hart- en vaatziekten significant verhogen. Beide soorten van onderzoek zijn nodig om tot een dergelijke conclusie te komen.

Dierlijke transvetzuren in onze voeding zijn niet te vermijden in tegenstelling tot de industriële transvetzuren. De WHO stelt dan ook dat het gebruik van industriële transvetzuren in onze levensmiddelen moet worden vermeden. Bij de gebruikelijke, lage inname aan dierlijke transvetzuren is er geen verhoogd gezondheidsrisico te verwachten. De effecten van industriële en dierlijke transvetzuren zijn echter vergelijkbaar, hoewel het aantal studies nog beperkt is. Verder onderzoek naar de nadelige gezondheidseffecten van de verschillende isomeren van transvetzuren is bovendien wenselijk.

Transvetzuren moeten bij voorkeur vervangen worden door meervoudig onverzadigde vetzuren, gevolgd door enkelvoudig onverzadigde vetzuren. Om dit te bewerkstelligen moeten zowel de overheden als de industrie voor voldoende aanvoer en mogelijkheden zorgen om te voorkomen dat transvetzuren worden vervangen door verzadigde vetzuren. Het monitoren van de vetzuursamenstelling is van belang om zowel de reductie aan transvetzuren in kaart te brengen als ook welke vetten gebruikt worden om deze te vervangen.

Dat de inname van industriële transvetzuren inmiddels drastisch is verlaagd is het gevolg van diverse succesvolle strategieën die in gang zijn gezet door nationale overheden en/of gezondheidsorganisaties. Ook het verlagen van transvetzuren door de Nederlandse margarine-industrie en de Task Force Verantwoorde Vetzuursamenstelling worden hierin genoemd. Centraal staat dat deze reductie gebaseerd is op wetenschappelijke inzichten voor het opstellen van de juiste aanbevelingen. Vervolgens is de rol van de media van groot belang geweest om de consument en de levensmiddelenindustrie te informeren over de noodzaak van verandering. Duidelijk is dat alle betrokkenen in de voedselketen samen moeten werken om ervoor te zorgen dat de aanbevelingen worden gehaald.

De WHO-commissie heeft zich tijdens deze bijeenkomst ook gebogen over de vraag welke waarde in het bloed de beste voorspeller is van het risico op hart- en vaatziekten. Zij komt tot de conclusie dat dit de ratio tussen totaal en HDL-cholesterol en de ratio tussen ApoB en ApoA-1 (eiwitten die respectievelijk LDL en HDL vervoeren in het bloed) zijn.

Ook stelt de WHO-commissie voor om de huidige aanbeveling voor transvetzuren te herzien. Deze aanbeveling is nu de gemiddelde inname van een populatie, waardoor bepaalde subgroepen toch nog hoge innames kunnen hebben. Gezien de schadelijke effecten van transvetzuren zou de aanbeveling van toepassing moeten zijn op het overgrote deel van een populatie.

Bron: MVO

Dit artikel is geplaatst in Hart en bloedvaten, Voeding. Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *